UNESCO immaterieel erfgoed

Geachte commissie,

Op uw verzoek zend ik u hierbij ons antwoord op de door u aangedragen informatie.Wij wensen u veel sterkte toe bij het op de agenda krijgen van het Immateriële Erfgoed.

Inleiding

De belangstelling voor en bescherming van het immateriële erfgoed dat ons voor ogen staat moet leiden tot een canon van de Friese taal, cultuur en geschiedenis van de Friezen in Nederland en Duitsland. De kennis daarvan  leidt tot een grotere algemene ontwikkeling op dat gebied. Dat kan voorkomen dan er in een wereld die gericht is op de mondiale, commerciële markt, een betreurenswaardig eenzijdig klimaat ontstaat dat materiële productontwikkeling als grootste goed ziet. Dat zal per saldo juist tot sterk verminderde creativiteit leiden. Investeren in het eigene van een land of provincie en in de immateriële infrastructuur daarvan zal uiteindelijk leiden tot grotere rendementen (vergelijk De Canon van Nederland, deel A, 2006, p. 81).

Cultuur is identiek met het besef van haar verleden, zoals het menselijke bewustzijn niet zonder geheugen functioneert. Het cultureel verleden zoals we dat nu kennen en waard vinden om behouden te worden, wordt ook wel cultureel erfgoed genoemd. Dat kan gericht zijn op cultureel en natuurlijk erfgoed (monumenten, gebouwen, landschappen) met een unieke en universele waarde (Werelderfgoedconventie van de Unesco, 1972; in 1992 door Nederland geratificeerd). Daarnaast heeft de Unesco in 2003 een conventie aangenomen om ook immaterieel erfgoed te beschermen. Hieronder vallen gebruiken, voorstellingen, expressies, kennis en vaardigheden (en de bijbehorende materiële voorwerpen) die gemeenschappen erkennen als onderdeel van hun cultureel erfgoed. De conventie onderkent vijf onderdelen: orale tradities en uitingen; podiumkunsten; sociale praktijken, rituelen en feestelijke gebeurtenissen; kennis van en praktijken rond de natuur; en traditionele ambachten. Ook houdt de Unesco zich sinds enkele jaren bezig met het behoud van het zogenoemde erfgoed en is een conventie over de bescherming van culturele diversiteit in voorbereiding (vergelijk De Stand van educatief Nederland, Onderwijsraad, 2005, p. 21).

Het onderwijs kan leerlingen historisch besef bijbrengen en bijdragen aan de socialisatie van jongeren op basis van een gedeeld geheel aan relevante leerinhouden. In dit verband is er vernieuwde aandacht voor de vraag of het onderwijs het (immateriële) erfgoed nog voldoende overdraagt aan nieuwe generaties. In dit debat wordt ook wel gesproken van de zogenoemde canon: “een verzameling van (…) werken die in een samenleving als waardevol erkend worden en dienen als referentiepunt in de (…) beschouwing en in het onderwijs”. Of anders en wat beperkter geformuleerd: “het geheel van teksten, beelden, kunstwerken en historische gebeurtenissen dat het referentiekader is van een gedeelde cultuur.” (Ibid., 22).

De discussie over de canon speelt onder meer rondom het literatuuronderwijs en het geschiedenisonderwijs. Leerlingen zullen op die gebieden een bepaalde basiskennis moeten verwerven. Dat dient geleidelijk opgebouwd, herhaald en uitgediept te worden. Dat wordt gehinderd en bedreigd door het feit dat 70% van alle leerlingen in het voortgezet onderwijs na het vijftiende levensjaar geen geschiedenisonderwijs meer krijgt.

De canon wordt gevormd door de verbinding tussen debatten op deelterreinen, onder meer over:
a  het literatuuronderwijs: welke teksten wil het onderwijs leerlingen en studenten in ieder geval meegeven;
b. welke andere klassieke teksten moeten worden overgedragen (bijv. het Plakkaat van Verlatinghe, 1581);
c. het geschiedenisonderwijs: welk verhaal wil het onderwijs vertellen, wat is de chronologie, wat zijn de brokstukken van dat verhaal;
d. de ‘Nederlandse’ identiteit: hoe zorgen we ervoor dat zgn. ‘andere groepen’ gaan bijdragen aan de voortgang van het ‘Nederlandse verhaal’. (Ibid., 23)

Deze gedachtegang kunnen wij eveneens goed toepassen op het ontwikkelen van een canon van de Friese taal, cultuur en geschiedenis die zou moeten worden overgedragen in het onderwijs en door andere culturele en maatschappelijke instellingen in Fryslân. Die canon kan dan bijdragen aan het behoud, de verspreiding en/of de verdere ontwikkeling van dat belangrijke immateriële erfgoed (= dat wat aan kennis en kunde in de canon wordt opgenomen).  

Bijlage 3,  format voorbeelden immaterieel cultureel erfgoed

Hoe heet het immaterieel erfgoed dat u voor ogen staat?
De Friese taal, cultuur en geschiedenis 

Tot welk domein rekent u het erfgoed?
X Verteltradities, uitingen en taal
X Podiumkunsten
X Sociale praktijken, rituelen en feestelijke gebeurtenissen
Commentaar/toelichting: Zie inleiding en de uitwerking hierna. 

Welke groep mensen ziet u als ‘drager’ van dit erfgoed. Hoe groot is de belangstelling voor het erfgoed en hoe heeft deze zich door de tijd ontwikkeld? Wat zijn de relevante achtergrondkenmerken van de groep (leeftijd, sekse, vooropleiding, etc).?
De belangrijkste groep mensen die het erfgoed draagt, zijn natuurlijke de Friestaligen zelf (pl.m. 450.000), hun onderwijzers en leraren in het basis- en voortgezet onderwijs die onderwijs moeten verzorgen in de Friese taal, cultuur en geschiedenis en de medewerkers van een aantal culturele of maatschappelijke instellingen van Fryslân die zich met de Friese taal, cultuur en geschiedenis bezighouden (Afûk, Fryske Akademy, afdelingen en opleidingen Fries van universiteiten en hogescholen, Fries Museum, Stichting It Fryske Boek, Tresoar, toneel-, zang- en muzykverenigingen, Tryater, het Taalsintrum Frysk van het Cedin, diverse verenigingen en stichtingen op het gebied van cultuur-histirische sporten [kaatsen, polsstokverspringen, skûtsjesilen, Fries dammen, Skotsploegen], etc.).   Degenen die zich professioneel bezig houden  met de Friese taal, cultuur en geschiedenis  hebben belang bij kennis en inzicht in dat cultureel erfgoed of zouden dat moeten hebben. Dat zijn mensen van 18 jaar en ouder, meestal Friestalig of Friestalig geworden, met een middelbare en hogere opleiding gericht op kennis en kunde m.b.t. de Friese taal, cultuur en geschiedenis. 

Wat vindt u kenmerkend voor dit erfgoed? Moet dit beschermd worden? En waarom?
Het kenmerkende van dit erfgoed is dat dit het Fries-eigene, de culturele identiteit van de  Friezen bepaalt. Het moet dus worden beschermd. Als het niet wordt beschermd gaat een belangrijk stuk Europese taal en cultuur verloren. Het Europese belang van de Friese taal, cultuur en geschiedenis wordt o.a. erkend in het Europees Handvest voor Regionale talen of talen van minderheden van de Raad van Europa (1996 door Nederland geratificeerd: 48 verdragsverplichtingen) en het Kaderverdrag Bescherming Nationale Minderheden van de Raad van Europa (in 2005 door Nederland geratificeerd), dat de Friezen als enige nationale minderheid heeft erkend. De beschermingsnoodzaak is dus evident. 

Zijn er personen of organisaties verantwoordelijk voor het behoud?
De vaders en moeders van de Friese kinderen (taal- en cultuuroverdracht op de volgende generatie), de onderwijzers en leraren in Fryslân, bepaalde culturele en maatschappelijke organisaties (zie boven) en de gemeentelijke, provinciale en rijksoverheid.

Hoe kan het worden beschreven?
Het in het kader van een te organiseren cultuurpedagogische discussie/debat vaststellen van een CANON en van de canonieke cultuurinhouden (taal, cultuur, geschiedenis), het opnemen daarvan in leerplannen en kerndoelen als voorwaarde voor een gegarandeerde overdracht.

Weet u iets over de geschiedenis van het erfgoed?
Over de geschiedenis van de Friezen en de Friese taal en cultuur (erfgoed) is erg veel gepubliceerd. 

Wat zijn de sociale, symbolische en culturele functies?
Het erfgoed Friese taal heeft een grote betekenis voor de Friese gemeenschap waarin het functioneert (zie bijv. allerlei taalsociologisch en historisch onderzoek van de Fryske Akademy). Taal, cultuur en geschiedenis zijn identiteitsbepalende factoren die het dagelijks leven van velen doordrenkt en de zingeving van het bestaan mede bepaalt.

Hoe bijvoorbeeld kan het erfgoed worden beschreven?
De taal wordt taalsociologisch, sociolinguïstisch, taalkundig, historisch, antropologisch  etc. beschreven. De geschiedenis en cultuur zijn en worden voor een groot deel eveneens beschreven door zowel amateurs als wetenschappers. Wat mist is een beschrijving van de canonieke elementen daarin. Elementen die beslist in het onderwijs en door andere instellingen of media zouden moeten worden overgedragen en uitgedragen. 

Wat gaat er verloren als dit erfgoed verdwijnt?
Een belangrijks stuk Europese beschaving.

Wie houden zich met het erfgoed bezig?
Zie boven bij verantwoordelijke personen en organisaties. 

Wat ziet u als risico dat het erfgoed verdwijnt?
Door de globalisering (economisch, technologisch), migratie en onvoldoende overheidsmaatregelen op het gebied van onderwijs, officieel verkeer (bestuurlijke autoriteiten en openbare diensten, rechterlijke autoriteiten), media, culturele voorzieningen en faciliteiten, economisch en sociaal leven (bijv. de zorgsector) wordt de Friese taal en cultuur sterk bedreigd door het dominante Nederlands dat in die domeinen een zeer sterke plaats heeft. Door de zwakke positie van de Friese taal en cultuur in die domeinen (vooral in het onderwijs) wordt ook de Friese geschiedenis in het onderwijs niet of nauwelijks overgedragen.

Documentatie
Is ruimschoots aanwezig en in het bezit van verschillende culturele en wetenschappelijke instellingen in en buiten Fryslân. 

 

Bijlage 2, Suggesties voor verder debat.

  1. Wat zou u willen doen om meer aandacht voor immaterieel erfgoed te krijgen?
    • Zo spoedig mogelijk aansluiten bij de huidige maatschappelijke en politieke roep om meer aandacht voor de eigen Nederlandse identiteit. Dit heeft onder meer geresulteerd in de ontwikkeling van een Nederlandse canon. Zie ook Bijlage 3, Inleiding.
    Met wetenschappelijk onderzoeksresultaten laten zien hoe de eigen identiteit en de eigen traditie vervlakt en verloren gaat door de invloed van globalisering etc.
    Het laten voeren van een cultuurpedagogische discussie over de wezenlijke elementen van een canon voor de Friese taal, cultuur en geschiedenis, geredigeerd, georganiseerd en gefaciliteerd door de provincie Fryslân, eventueel in samenspraak en met faciliteiten van de rijksoverheid.
    Het laten vaststellen en implementeren van die canon.
  2. Welke acties zijn wenselijk?
    • Het oprichten en instandhouden van een MUSEUM waar voorbeelden van materieel en immaterieel cultureel erfgoed worden gebruikt om bij het grote publiek en met name bij scholieren/studenten aandacht daarvoor te krijgen.
    • Acties richting provinciale Friese- en rijksoverheid om een canon-discussie te kunnen voeren en dat ook gevolgen te laten hebben voor het te voeren beleid ten behoeve van o.a. het onderwijs, het ambtelijke en het rechtsverkeer, de zorginstellingen, de media, etc.
  3. Hoe ziet u de relatie met ander cultureel erfgoed?
    Het immateriële erfgoed van de Friese taal, cultuur en geschiedenis is een belangrijke basis om ook het erbij behorende/verwante materieel cultureel erfgoed in stand te houden en/of (verder) te ontwikkelen. Dit geldt ook voor het Nederlandse immateriële erfgoed. Zie ook punt 2, hiervoor.
  4. Hoe kan de regionale verankering worden verbeterd?
    Door een betere landelijke wetgeving gericht op taal, cultuur en geschiedenis; aanzienlijk meer autonomie en bevoegdheden voor de provincie Fryslân ten aanzien van het beleid ten behoeve van de Friese taal, cultuur en geschiedenis; de provincie Fryslân dient op de relevante terreinen ‘medewetgever’ te worden in de Staat der Nederlanden.
  5. Wat is de relatie met regionale en/of provinciale erfgoedhuizen?
    Wat er met ‘huizen’ bedoeld wordt is ons niet duidelijk. Maar als het gaat om culturele instellingen die het erfgoed moeten beheren, verzorgen en in stand houden, dan raakt het alle instellingen op het gebied van de Friese taal, cultuur en geschiedenis.
  6. Wat ziet u als de beste relatie met cultuureducatie op scholen?
    Scholen voor basis- en voortgezet onderwijs dienen de geformuleerde Friese canon over te dragen binnen de diverse vakken en leergebieden, waarbij er zorg voor moet worden gedragen dat de canon niet zo versnipperd raakt dat niemand binnen het onderwijs zich daar meer de eigenaar van voelt. Scholen moeten bij die overdracht geholpen worden door de culturele instellingen die zich met het Friese materiële en immateriële erfgoed bezig houden.  De canon dient te worden opgenomen in de kerndoelen van de scholen voor basis- en voortgezet onderwijs. Kerndoelen hebben een wettelijk verplicht karakter.  Onderwijzers en leraren dienen goed te worden uitgerust om de canon over te dragen Dat betekent dat de canon moet worden opgenomen in de leerplannen van pabo’s en lerarenopleidingen en dat er gezorgd moet worden voor bijscholing van zittende leraren. Daartoe dient de verhouding tussen didactiek en vakinhouden op de pabo en tweedegraads lerarenopleidingen weer teruggebracht worden naar een acceptabele waarde (in 1980/1981 was 80% gericht op vakinhouden en in 2004/2005 nog geen 40%!).
    Vakinhoudelijke kennis is bovendien, met name bij onderwijs aan jongere leerlingen, in de afgelopen decennia gevoelig gedevalueerd ten opzichte van vaardigheden onder invloed van de competentiegerichte didactiek. Eén van de belangrijkste vaardigheden die (steeds weer) moet worden ontwikkeld is de ‘kunst’ van het vertellen als belangrijke voorwaarde dat de inhoud van de canon bij de leerlingen beklijft. De bagage van leerkrachten om verhalen uit te putten is eveneens sterk afgenomen, mede door de scheve verhouding tussen vakinhoudelijke kennis en didactiek (zie ook voorgaande alinea).  

 

Dit stuk is in hoofdzaak geconcipieerd door Sytze T. Hiemstra, lid van de Fryske Rie. 

 

Leave a Reply